Publicaties en artikelen - Bondgenootschappen in beeld

<<<   Bladzijde 1: Samenvatting

Inleiding
De omgeving waar ondernemingen zich in bevinden is dynamisch en veeleisend. Markten veranderen doorlopend, de concurrentie verhevigt onder meer door globalisering. Technologische mogelijkheden nemen toe en investeringen brengen meer risico’s met zich mee. De consument wordt onvoorspelbaarder, mondiger en veeleisender. Behalve aan de productkwaliteit stelt de klant hogere eisen aan de dienstverlening en complementaire goederen rondom het originele product. Al deze externe krachten leiden er toe dat organisaties steeds meer op alle aspecten van de bedrijfsvoering een toppositie in de wereld moeten behalen: er is sprake van een hypercompetitie. Door deze ontwikkeling komt de lat voor veel individuele organisaties veel te hoog te liggen.
Ondernemingen worden dus steeds vaker uitgedaagd om effectieve en efficiënte oplossingen te vinden voor de vraagstukken waarvoor zij zich zien gesteld. Het onderling delen van technologie, kennis en ervaringen lijkt één van de antwoorden. Andere antwoorden liggen in het zich concentreren op kernactiviteiten of uitbesteding van niet-kernactiviteiten en het aangaan van intensieve en renderende samenwerkingsverbanden op het gebied van productie en innovatie.
Dit heeft wel als consequentie dat de betrokken onderneming voor een aantal strategische activiteiten afhankelijk wordt van andere bedrijven. Om die afhankelijkheid te kunnen beheersen zal de onderneming proberen hechte(re) samenwerkingsrelaties aan te gaan met strategische leveranciers. Dat duurzame samenwerkingsrelaties tot betere ondernemingsprestaties leiden, blijkt uit onder meer ervaringen in de bouwwereld, de automotive industrie en de handel.

Veel MKB-bedrijven zijn betrokken bij alliantievorming. Vooral industriële organisaties, waaronder de automotive industrie, zijn in de jaren tachtig met samenwerking in de keten gestart. Sinds die tijd is er in de industrie een van forse afname van het aantal toeleveranciers en tegelijkertijd een toename van de inkoopwaarde bij de overblijvende leveranciers waarneembaar: uitbesteders richten zich op zogenaamde main suppliers en verbreding van het pakket dat toeleveranciers kunnen leveren. De onderlinge afhankelijkheid neemt daarmee toe en dit leidt tot uitbesteders die streven naar langetermijnrelaties met toeleveranciers in de vorm van ketens, allianties en organisatienetwerken.
Werd in 1980 nog zo'n 1% van de bedrijvenomzet via allianties gerealiseerd, in de jaren daarna groeide dit gestaag door naar 14% in 1995 was en 30% in 2000. Verwacht wordt dat deze groei zich doorzet naar zo'n 40% in 2005. Maar ook bij overheden, de zorgsector en maatschappelijke hulpverlening is een toenemende aandacht voor samenwerking in ketens en netwerken zichtbaar.

Door deze trend van toenemende alliantie- en netwerkvorming zien we dat de hypercompetitie zich steeds meer afspeelt op het niveau van organisatienetwerken en minder tussen individuele bedrijven.Organisatienetwerken gaan met elkaar concurreren. Tegelijkertijd hebben de deelnemers aan een organisatienetwerk de vrijheid in andere netwerken te acteren. Deelnemers kunnen dus participeren in elkaar beconcurrerende ketens en netwerken: bondgenoten in concurrentie.

Het belang van allianties en netwerken is weliswaar aangetoond, maar begrijpen we wel hoe deze organisatienetwerken echt werken? Het antwoord daarop is: gedeeltelijk. Met name naar het ontstaan van allianties is veel onderzoek verricht. Minder is bekend over hoe organisatienetwerken zich voortdurend verbeteren. In deze notitie brengen we eerst het begrippenkader nader in beeld. Aansluitend gaan we in op voor- en nadelen en uit de literatuur bekende slaag- en faalfactoren voor allianties en netwerken.

Bladzijde 3: Continu verbeteren   >>>

© 2004 MVL Advies  |   Disclaimer